Digital Humanities: wat is dat?

Begin september 2012 organiseerde het Humanities Research Institute van de Universiteit van Sheffield een Digital Humanities-congres. Als één ding duidelijk was geworden na drie dagen vol presentaties, was dat het begrip Digital Humanities (DH) zoveel verschillende betekenissen heeft als er mensen zijn die zich ermee bezighouden. Ik ken inmiddels geen geesteswetenschapper meer zonder computer, dus in zoverre is elke alfa op de universiteit een DH’er. Doorgaans wordt DH specifieker gebruikt voor een keten van technologieën: voor het achtereenvolgens digitaliseren, ontsluiten, analyseren en presenteren (visualiseren) van informatie. Maar dan nog blijven vragen staan, die tot veel discussie blijken te kunnen leiden: is DH een zelfstandige discipline of een ‘gedeelde interesse’? Ligt het zwaartepunt bij het digitaliseren van informatie (de input) of bij het visualiseren van resultaten (output)? Is DH een modieus hulpmiddel voor wetenschappelijk onderzoek of de onontkoombare toekomst voor ons cultureel erfgoed?

De organisatoren van #DHCShef maken op hun website zelf de tweedeling als ze schrijven dat ze DH beschouwen als ‘the use of technology within arts, heritage and humanities research as both a method of inquiry and a means of dissemination’. Deze ambivalentie kwam terug in de presentaties. Grofweg de helft van de praatjes ging in op het gebruik van digitale methoden voor wetenschappelijk onderzoek. Daartoe reken ik ook mijn presentatie van Biland en dat van bijvoorbeeld Hinke Piersma, die haar project War in Parliament uit de tweede Clarin Call voorstelde. Maar terwijl deze categorie praatjes inhoudelijk (en helaas ook qua kwaliteit) al als dag en nacht konden verschillen, deed de andere helft van de sprekers een poging op de digital humanities te reflecteren. Er waren er bij die de geschiedenis van de DH wilden schrijven, die de verschillen tussen DH in verschillende landen bestudeerden of die de impact van DH wilden meten of vergezichten lieten zien van wetenschap in het ‘digitale tijdperk’. En telkens stuitten deze sprekers op hetzelfde probleem: wat verbindt de digital humanities nu eigenlijk?

Velen trapten in de valkuil DH op te vatten als iets zelfstandigs: een discipline dus of vakgebied waar je óf toe behoort, óf niks mee te maken hebt. Dat leverde vaak wel aardige discussies op. Maar ikzelf was uiteindelijk het meest gecharmeerd van de brede karakterisering van de Oxford University, die op digital.humanities@oxford schrijft dat DH ‘represent not so much a specialism as a broad area of common interest’. En, wat uitgebreider, van de keynote over DH van DH-professor Andrew Prescotthier terug te lezen op zijn blog.

De afbeelding bij dit artikel is afkomstig van Voyant en stelt een word cloud voor van dit artikel zelf.

Voor wie direct (veel) meer wil weten over digitale informatievergaring voor de geesteswetenschappen moet lezen: Christopher D. Manning, Prabhakar Raghavan en Hinrich Schütze, Introduction to Information Retrieval (Cambridge: Cambridge University Press 2008). Daarna ben je redelijk op de hoogte. En voor wie de daar geleerde kennis in colleges wil doorgeven, hebben de auteurs ook een rits powerpoint-slides over het boek online gezet. Prachtig!

Update 21-01-2013: Deze blog-post gaat ook in op de problematische definitie van digital humanities. Tegelijk verwijst hij naar dit blog, waarop de neerslag van een bijeenkomst over hetzelfde onderwerp te vinden is.

(Deze tekst verscheen eerder op www.clarin.nl; een deel van de presentaties van het DH-congres in Sheffield is terug te vinden op de HRI-website.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s