Before your do digital history…

Histogram and word cloud 'Eugenetica'This blog post is the adapted conclusion from the paper ‘A Digital Humanities Approach to the History of Science.
Eugenics revisited in hidden debates by means of semantic text mining’ I wrote in collaboration with Fons Laan, Maarten de Rijke and Toine Pieters. The article was based on the research I did within the historical text mining project BILAND, as well as its predecessor WAHSP. The article is in press as part of the Proceedings of the 1st International Workshop on Histoinformatics
.

In a recent blog post called ‘The Deceptions of Data’, Andrew Prescott has criticized the jubilation of the ‘digital revolution’. He states that “One of the problems confronting data enthusiasts in the humanities is that we feel a need to convince our more old fashioned colleagues about what can be done. But our role as advocates of digitized data shouldn’t mean that we lose our critical sense as scholars. [. . . ] [T]here is a risk that we look more carefully at the technical components of the datasets than the historical context of the information that they represent.” Doorgaan met het lezen van “Before your do digital history…”

Advertenties

Digital Humanities: wat is dat?

Begin september 2012 organiseerde het Humanities Research Institute van de Universiteit van Sheffield een Digital Humanities-congres. Als één ding duidelijk was geworden na drie dagen vol presentaties, was dat het begrip Digital Humanities (DH) zoveel verschillende betekenissen heeft als er mensen zijn die zich ermee bezighouden. Ik ken inmiddels geen geesteswetenschapper meer zonder computer, dus in zoverre is elke alfa op de universiteit een DH’er. Doorgaans wordt DH specifieker gebruikt voor een keten van technologieën: voor het achtereenvolgens digitaliseren, ontsluiten, analyseren en presenteren (visualiseren) van informatie. Maar dan nog blijven vragen staan, die tot veel discussie blijken te kunnen leiden: is DH een zelfstandige discipline of een ‘gedeelde interesse’? Ligt het zwaartepunt bij het digitaliseren van informatie (de input) of bij het visualiseren van resultaten (output)? Is DH een modieus hulpmiddel voor wetenschappelijk onderzoek of de onontkoombare toekomst voor ons cultureel erfgoed?

De organisatoren van #DHCShef maken op hun website zelf de tweedeling als ze schrijven dat ze DH beschouwen als ‘the use of technology within arts, heritage and humanities research as both a method of inquiry and a means of dissemination’. Deze ambivalentie kwam terug in de presentaties. Grofweg de helft van de praatjes ging in op het gebruik van digitale methoden voor wetenschappelijk onderzoek. Daartoe reken ik ook mijn presentatie van Biland en dat van bijvoorbeeld Hinke Piersma, die haar project War in Parliament uit de tweede Clarin Call voorstelde. Maar terwijl deze categorie praatjes inhoudelijk (en helaas ook qua kwaliteit) al als dag en nacht konden verschillen, deed de andere helft van de sprekers een poging op de digital humanities te reflecteren. Er waren er bij die de geschiedenis van de DH wilden schrijven, die de verschillen tussen DH in verschillende landen bestudeerden of die de impact van DH wilden meten of vergezichten lieten zien van wetenschap in het ‘digitale tijdperk’. En telkens stuitten deze sprekers op hetzelfde probleem: wat verbindt de digital humanities nu eigenlijk?

Doorgaan met het lezen van “Digital Humanities: wat is dat?”

Superhelden en het debat rond human enhancement

spiderman_dnaComics vormen net als andere vormen van populaire cultuur zo’n mooi object van historisch onderzoek. Ze weerspiegelen de hoop en de angsten van culturen, geven inzicht in historische mentaliteiten en zijn bovenal altijd zo prachtig tijdgebonden. Comics geven kortom veel prijs over de sociaal-culturele en politieke context waarbinnen ze verschijnen. Het is niet voor niets dat veel superhelden-verhalen verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog. Juist van superhelden-comics valt daarom veel te leren over de wetenschappelijke preoccupaties van de tijd waarin ze verschijnen. Peter Parker die in de jaren zestig veranderde in Spiderman vanwege een beet door een radioactief bestraalde spin. Bruce Banner muteerde in hetzelfde decennium tot de Hulk na een ongelukje met de gamma-kernbom die hij zelf ontwikkelde. Ze passen prachtig in de Koude Oorlog-angst voor kernrampen. De X-Men stammen ook uit de jaren zestig, maar hebben – voor zover mijn kennis reikt – niets met kernwapens van doen. Wel veel met racisme, discriminatie en uitsluiting (en een aantal expliciete verwijzingen naar de Holocaust). De mutaties van de, eh, mutants komen volgens mij gewoon voort uit genetische variaties.

Doorgaan met het lezen van “Superhelden en het debat rond human enhancement”

Genetisch denken in de populaire cultuur

Eerder schreef ik hier over het kijken naar grappen als ingang tot een historische cultuur, tot een vroegere mentaliteit. Grappen hebben een bepaalde betekenis. Erachter komen wat die betekenis is, is iets ontdekken van de normen en waarden van een cultuurgemeenschap. De in Nederland tot een cliché verworden Belgenmoppen zeggen iets over de houding van Nederlanders ten opzichte van hun zuiderburen (die moet lijken op de Duitse houding ten opzichte van Nederlanders, als je bedenkt wat voor grappen over ons daar de ronde doen). Voor een historicus-antropoloog zit in grappen dus dezelfde soort informatie besloten als in rituelen en symbolen. Over tweehonderd jaar kunnen historici aan de hand van onze Sinterklaasviering inzicht krijgen in onze leefwereld, al ging het maar om de waarden die we er onze kinderen mee opdringen (“wie zoet is krijgt lekkers…”).

Aan het begin van de twintigste eeuw deed kwam de genetica als wetenschap op, de biologische wetenschap van overerving. Deze drong langzaam ook door in het publieke debat. Kenmerkend voor het denken over overerving tot aan de Tweede Wereldoorlog was de enorme brij van theorieën over welke eigenschappen overerfbaar waren en hóe deze erfelijke overdraagbaarheid in zijn werk ging. De theorieën van Lamarck en Mendel domineerden, maar werden vaak door elkaar gebruikt. Overerving werd bovendien geregeld bij sociale vraagstukken betrokken. Alcoholisme werd onder meer bestreden met het argument dat anders generaties van alcoholisten zouden opgroeien, met algehele degeneratie tot gevolg.

Doorgaan met het lezen van “Genetisch denken in de populaire cultuur”

Het nut van Open Access en digitaal publiceren

Omslag Peter Haber en Eva Pfanzelter (eds.), Historyblogosphere (München: Oldenbourg Verlag 2013)Open Access is de toekomst voor wetenschappelijk Nederland. Het aantal initiatieven voor OA-publicaties stijgt gestaat. In mijn eigen vakgebied publiceert de Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden – Low Countries Historical Review sinds dit jaar volgens het OA-principe. Het wetenschapshistorisch periodiek Studium ging het sinds 2011 voor. En op OAPEN zijn Nederlandse wetenschappelijke uitgevers relatief actief. Er is door de universiteiten een website in het leven geroepen waarop informatie over de voordelen van en moeilijkheden rond OA wordt geboden. Wat die voordelen aangaat somt de website in een nieuwsbericht het volgende op:

Making scientific publications freely accessible to the whole world is very lucrative for a scientist. By granting everybody free access to the publication more colleague scientists will read it, which will increase the chance of citation, reuse of data and further research. Especially when it concerns publications in prominent journals.

Doorgaan met het lezen van “Het nut van Open Access en digitaal publiceren”

Duitse historici gaan digitaal

De meeste historici zullen hun werk waarschijnlijk behoorlijk gescheiden houden van hun getwitter en geblog. Daarin verschilt Nederland denk ik niet veel van Duitsland. Voor wie het anders wil doen heeft historica en bibliothecaresse bij het DHIP Mareike König een lezenswaardig artikel geschreven over het gebruik van Twitter voor historici. Zelf is ze zeer actief op twitter, maar het valt op dat in de genoemde lijsten als Twitterstorians weinig Nederlanders of Duitsers bevatten. Uitzonderingen in Duitsland zijn bekende experts voor Digital Humanities als Claudine Moulin en Peter Haber.

Buiten Twitter gebeurt in de Duitse geschiedwetenschap wel van alles op het digitale terrein. Zo leidt Haber zelf al sinds 1998 de website voor geschiedenis en digitale media hist.net. Er bestaan daarnaast verschillende online fora en naslagwerken waarop de academische historische gemeenschap actief is. Daarop  zijn niet alleen nieuwsberichten te vinden over congressen, tijdschriften en vacatures, maar ook inhoudelijke bijdragen van hoog niveau. Het bekendste geschiedwetenschappelijke forum in Duitsland is ongetwijfeld H-Soz-u-Kult. Alleen al de onuitspreekbare naam verraadt dat het platform al uit de begintijd van internet stamt (sinds 1996). Inmiddels is het onmisbaar voor wie op de hoogte wil blijven van wat in de Duitse geschiedwetenschap gebeurt. Het is tegenwoordig onderdeel van Clio, een portaal dat nog meer informatie (over projecten, archieven, instituten, publicaties) verzamelt.

Doorgaan met het lezen van “Duitse historici gaan digitaal”

In de woorden van Presser

Met de snelgroeiende aanwas aan gedigitaliseerde teksten die online te bekijken zijn (hier, bijvoorbeeld op Archive.org, op Project Gutenberg of, voor Nederlandstalig materiaal, op de rijke Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren), neemt ook het aantal applicaties toe om die teksten te ontsluiten. Wie een tekst heeft gevonden als scans en er graag een tekstbestand van wil maken, kan terecht op een van de vele website die gratis OCR-tools ter beschikking stellen (zoals deze). Dat kan, tot op zekere hoogte, zelfs vrij eenvoudig voor Duitstalige teksten die in het Gotisch schrift (Fraktur) zijn geschreven (hier, bijvoorbeeld).

Andere online tools zijn gemaakt voor tekstanalyse. Een mooi voorbeeld is Voyant Tools. In aansluiting op dit artikel op deze website heb ik Ondergang. De vervolging en verdelging van het Nederlandse jodendom, 1940-1945 van Jacques Presser uit 1965 (immers integraal online beschikbaar en downloadbaar) door de tool gehaald. Of begrippen als ‘Holocaust’ en ‘Shoah’ in de vroege jaren zestig al in de wetenschappelijke literatuur al gangbaar waren, kun je natuurlijk eenvoudig checken via het register achterin het boek. Deze tool biedt een uitputtende woordenlijst met de frequentie van alle voorkomende woorden in de tekst. Ook daarin vind je genoemde woorden niet terug (volgens verwachting). Maar de lijst is vanzelfsprekend wel vollediger (en betrouwbaarder?) dan een register. Wie in dit boek op ‘bij’ zoekt, ziet in één oogopslag niet alleen dat dat woordje meer dan 1500 keer voortkomt, maar ook dat Presser 107 keer ‘bijzonder’ heeft gebruikt (plus 48 keer ‘bijzondere’), tien keer ‘rabbijn’ en 19 keer ‘opperrabbijn’, zeven keer ‘bijbel’, vier keer ‘verbijsterd’ en drie keer ‘verbijsterend’. Net zo eenvoudig kun je zien wáár de woorden in de lopende tekst voorkomen – en dus in welke context en betekenis ze worden aangewend.

Doorgaan met het lezen van “In de woorden van Presser”