Wat deed opa eigenlijk tijdens de oorlog?

© ZDF
Scene uit Unsere Mütter, Unsere Väter © ZDF

Duitsland discussieert weer over zijn nazi-verleden. En hoe. Aanleiding is deze keer de driedelige tv-serie ‘Unsere Mütter, unsere Väter’, die aan de hand van de levenswandel van vijf vrienden inzichtelijk probeert te maken hoe de oorlog en de jodenvernietiging realiteit konden worden. Vooral het persoonlijke perspectief lokt veel reacties uit. De titel suggereert er immers een bedoeling mee te hebben. Onze moeders, onze vaders: Hier wordt het verhaal van een generatie verteld, een generatie die jong de oorlog inging en er in het beste geval gehavend weer uitkwam.

Dit programmatische perspectief roept enerzijds bewondering op. Uitgever Frank Schirrmacher van de Frankfurter Allgemeine Zeitung riep voordat het eerste deel afgelopen zondag werd uitgezonden iedereen op met de hele familie voor de buis plaats te nemen: “grootouders, ouders, kinderen: ze moeten samen kijken.” Dit is de laatste kans, aldus Schirrmacher, om de verhalen aan te horen van degenen die de oorlog bewust hebben meegemaakt. Langzaam sterft die generatie uit en blijven wij met de vragen zitten: wat hebben ze gedaan – en waarom? Lees verder

Advertenties

De (de)constructie van HhhH

Duits grafembleem uit privémuseum Hooge Crater
Duits grafembleem uit privémuseum Hooge Crater

Operatie Anthropoid moest het boek eigenlijk heten. ‘[Ik heb] nooit aan een andere titel gedacht’, schrijft Laurent Binet in en over het boek waarmee hij in 2010 de belangrijkste Franse literatuurprijs won. Als er toch een andere titel op de kaft is verschenen, voegt hij toe, komt dat omdat de uitgever hem heeft overgehaald. Slimme uitgever. Hij had beter door wat de kern van Binets boek uitmaakt dan de auteur zelf.

Daarom titelt het boek nu HhhH, naar de van oorsprong Duitse uitdrukking ‘Himmlers hersens heten Heydrich’, die de verhoudingen moest aangeven tussen de baas van de SS en een van zijn belangrijkste ondergeschikten. Over Reinhard Heydrich gaat het boek. Of eigenlijk ook weer niet. Zo schrijft Binet:

Waar kun je uit afleiden dat een personage de hoofdpersoon is van een verhaal? Aan het aantal bladzijden dat aan hem is gewijd? Zo simpel ligt het hopelijk niet. Als ik praat over het boek dat ik aan het schrijven ben, zeg ik: ‘Mijn boek over Heydrich.’ Toch is het niet de bedoeling dat Heydrich de hoofdpersoon van dit verhaal is.

Een boek dat de gedachtegang van de auteur bij het schrijven ervan onderdeel van het verhaal maakt. Wat Binet doet is het geschiedverhaal deconstrueren. Je bent Fransman of je bent het niet. HhhH is geen verhaal over de moordaanslag van een groep Tsjechoslowaakse verzetsstrijders tegen de Reichsprotektor van Tsjechië, het is de neerslag van het wordingsproces van dat verhaal. Doordat Binet zijn keuzes verantwoordt, zijn twijfels hardop uitspreekt en doordat hij reflecteert op wat het inhoudt om een historisch verhaal te schrijven. Dit is geen roman, schrijft Binet, dit is de neergeschreven zoektocht – inclusief alle moeilijkheden die zich daarbij voordoen – naar de historische werkelijkheid:

Lees verder

Latere daders in Das weisse Band

Fragment uit Das weisse BandDuitsland, 1913. Een veelzeggend land in een veelzeggend jaar. Het is de vooravond van de oorlog waarin Europa, zoals dat heet, zijn onschuld verloor. Vanaf die Eerste is zeker voor het verslagen Duitsland een rechte lijn te trekken naar de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De verliezers van 1914-1918 die twintig jaar later wraak namen op hun overwinnaars. Maar dat is niet het verhaal dat regisseur Michael Haneke met Das Weisse Band wil vertellen. Onschuldig is bij Haneke zelden iemand – dus ook niet de vooroorlogse Noord-Duitse dorpsgemeenschap die in deze film centraal staat. Daarover laat hij geen misverstand bestaan. De film opent niet voor niets met een ‘aanslag’ op de dorpsarts.

Dat voorval is de steen in de vijver die de jonge onderwijzer – door wiens ogen we het verhaal volgen – in het dorp waarneemt. De zo rustige, door tradities en de seizoenen geleide boerengemeenschap wordt vervolgens opgeschrikt door een reeks incidenten. De graanschuur vat vlam, verschillende kinderen worden mishandeld. Wie zit achter de gewelddadigheden, en waarom? Het antwoord moet ergens liggen in de complexe en niet altijd even frisse verhoudingen tussen de dorpsbewoners en gezinsleden onderling – zoveel verraden de beelden wel. In zijn fragmentarische, maar uiterst scherp observerende stijl toont Haneke de normen en regels waarop de kleine, streng protestantse gemeenschap rust: het plichtsbesef, de hiërarchie, de tucht en de discipline. Lees verder

Het nut van Open Access en digitaal publiceren

Omslag Peter Haber en Eva Pfanzelter (eds.), Historyblogosphere (München: Oldenbourg Verlag 2013)Open Access is de toekomst voor wetenschappelijk Nederland. Het aantal initiatieven voor OA-publicaties stijgt gestaat. In mijn eigen vakgebied publiceert de Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden – Low Countries Historical Review sinds dit jaar volgens het OA-principe. Het wetenschapshistorisch periodiek Studium ging het sinds 2011 voor. En op OAPEN zijn Nederlandse wetenschappelijke uitgevers relatief actief. Er is door de universiteiten een website in het leven geroepen waarop informatie over de voordelen van en moeilijkheden rond OA wordt geboden. Wat die voordelen aangaat somt de website in een nieuwsbericht het volgende op:

Making scientific publications freely accessible to the whole world is very lucrative for a scientist. By granting everybody free access to the publication more colleague scientists will read it, which will increase the chance of citation, reuse of data and further research. Especially when it concerns publications in prominent journals.

Lees verder

Duitse historici gaan digitaal

De meeste historici zullen hun werk waarschijnlijk behoorlijk gescheiden houden van hun getwitter en geblog. Daarin verschilt Nederland denk ik niet veel van Duitsland. Voor wie het anders wil doen heeft historica en bibliothecaresse bij het DHIP Mareike König een lezenswaardig artikel geschreven over het gebruik van Twitter voor historici. Zelf is ze zeer actief op twitter, maar het valt op dat in de genoemde lijsten als Twitterstorians weinig Nederlanders of Duitsers bevatten. Uitzonderingen in Duitsland zijn bekende experts voor Digital Humanities als Claudine Moulin en Peter Haber.

Buiten Twitter gebeurt in de Duitse geschiedwetenschap wel van alles op het digitale terrein. Zo leidt Haber zelf al sinds 1998 de website voor geschiedenis en digitale media hist.net. Er bestaan daarnaast verschillende online fora en naslagwerken waarop de academische historische gemeenschap actief is. Daarop  zijn niet alleen nieuwsberichten te vinden over congressen, tijdschriften en vacatures, maar ook inhoudelijke bijdragen van hoog niveau. Het bekendste geschiedwetenschappelijke forum in Duitsland is ongetwijfeld H-Soz-u-Kult. Alleen al de onuitspreekbare naam verraadt dat het platform al uit de begintijd van internet stamt (sinds 1996). Inmiddels is het onmisbaar voor wie op de hoogte wil blijven van wat in de Duitse geschiedwetenschap gebeurt. Het is tegenwoordig onderdeel van Clio, een portaal dat nog meer informatie (over projecten, archieven, instituten, publicaties) verzamelt.

Lees verder

Maus in Duitsland

© Museum Ludwig Köln / Art Spiegelman‘Eindelijk onderdeel van de hoge cultuur’ kopte de Tageszeitung naar aanleiding van de uitreiking van de Siegfried-Unseld-Preis aan Art Spiegelman, afgelopen zondag. De Amerikaanse cartoonist moest inderdaad lang vechten om erkenning, zeker na zijn poging de Holocaust in Maus in stripvorm te verbeelden. Tegenwoordig wordt hij bejubeld. Museum Ludwig in Keulen eert hem met een retrospectief.

Mag dat wel, een strip over de Holocaust? Met Duitsers als katten en de joden als muizen? Het gedoe rond de Duitse vertaling van het in 1986 in de Verenigde Staten verschenen Maus spreekt boekdelen. Duitsland had aanvankelijk grote moeite met het werk dat Spiegelman zo beroemd maakte. (In zijn in 2011 verschenen MetaMaus legt Spiegelman zijn keuze voor muizen uit; zie ook dit filmpje op Youtube.)

De Duitse vertaling verscheen uiteindelijk in 1989. Maar ook toen weer leidde de stripvorm en de vraag hoe serieus je die kon nemen tot “verwarring en verontwaardiging” in de feuilletons, zoals historica Christine Gundermann schrijft op het wetenschappelijke online geschiedenisforum HSK.

Lees verder

Moderniteit en het Holocaust monument

Victor Klemperer, hoogleraar Romanistiek in Dresden, schrijft op 27 september 1944: “Mijn dagboeken en aantekeningen! Elke keer denk ik weer bij mezelf hoe ze niet alleen mij m’n leven zullen kosten als ze worden ontdekt, maar ook dat van Eva en van anderen, die ik met naam heb genoemd, moest noemen, als ik documentaire waarde wilde bereiken. Ben ik daartoe gerechtigd, misschien zelfs verplicht, of is het misdadige ijdelheid?”

Dankzij de dagboeken die de joodse professor vanaf de opkomst van het nationaal-socialisme bijhield, hebben we een beeld gekregen van wat hem tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Klemperers aantekenen illustreren nauwgezet hoe de aanvankelijk subtiele pesterijen en uitsluitingsmechanismen ten aanzien van de joodse bevolking van Duitsland stapsgewijs uitmondden in de vernietigingspolitiek van de concentratiekampen. Het begon met moeilijkheden op Klemperers universiteit in Dresden, waar de studenten wegbleven van zijn colleges, en met haat flauwe treiterijen en verboden. Dan volgt ontslag, gedwongen verhuizing naar een ‘jodenhuis’ en het verbod op het verlaten van de stad. Meer verhuizingen en verboden volgen, totdat Klemperer zijn kamer nauwelijks meer durft te verlaten en zijn niet-joodse vrouw Eva de straat op moet sturen voor een zak aardappelen. Klemperer en zijn vrouw overleefden de oorlog, maar het aantal joden uit Dresden met hem was letterlijk op de vingers van één hand te tellen.

Lees verder