Omzien in bewondering – Anne Kox neemt afscheid

Solvay Conferentie 1911‘Omzien in bewondering’ heette, met een variatie op de beroemde herinneringen van Annie Romein-Verschoor, de afscheidsrede die Anne Kox op 12 september uitsprak in de Aula van de Universiteit van Amsterdam. Met deze rede nam Kox afscheid als hoogleraar in de geschiedenis van de natuurkunde aan deze universiteit.

Kox’ bewondering uit de titel gold – zo was het punt dat hij maakte – de wetenschappers die er door de geschiedenis heen in slaagden buiten de bestaande paradigma’s te denken en de wetenschap voorwaarts te stuwen. Hiervan gaf hij in zijn college enkele voorbeelden, waarbij hij zich concentreerde op zijn specialisatiegebied, de revolutionaire ontwikkeling van de natuurkunde in de eerste helft van de twintigste eeuw. Kox is een groot kenner van veel van de hoofdrolspelers uit die periode en met name van Albert Einstein en de Nederlandse hoogleraar theoretische natuurkunde Hendrik Antoon Lorentz. Hij is de bezorger van Lorentz’ wetenschappelijke correspondentie (deel 1 verscheen in 2008 bij Springer in New York, deel 2 wordt binnenkort verwacht) en sinds 1985 redacteur bij het prestigieuze Einstein Paper Project van Caltech in Pasadena, dat bezig is het volledige archief van Einstein in dikke banden te ontsluiten. Dat duurt nog wel even en zijn Amerikaanse baan houdt Kox dan ook gewoon aan. Lees verder

Advertenties

Archief kleurt leven van Paul Ehrenfest verder in

De archiefdozen met de aanvulling op Ehrenfests nalatenschapMuseum Boerhaave in Leiden heeft een belangrijke aanvulling ontvangen op zijn archief van theoretisch fysicus Paul Ehrenfest (1880-1933). Vrijdag 31 mei organiseerde het museum een symposium over het belang ervan – en van dat van Ehrenfest zelf. Ter afsluiting overhandigde prof.dr. Diana K. Buchwald, directeur van het Einstein Papers Project aan het California Institute of Technology (Caltech) in Pasadena, de archiefdozen symbolisch aan Boerhaave-directeur Dirk van Delft.

Ehrenfests archief is van enorme waarde voor de wetenschapsgeschiedenis. De Oostenrijker Paul Ehrenfest, die vanaf 1912 tot zijn dood  de leerstoel voor theoretische fysica in Leiden bekleedde, was een van de aanjagers van de kwantumrevolutie in de natuurkunde. Hij correspondeerde met al zijn beroemde tijdgenoten, van zijn voorganger Hendrik Lorentz tot Max Planck en van Niels Bohr tot Albert Einstein. Daarmee vormt Ehrenfests archief een unieke ingang in de stormachtige ontwikkeling die de natuurkunde in de eerste helft van de twintigste eeuw doormaakte. Lees verder

Superhelden en het debat rond human enhancement

spiderman_dnaComics vormen net als andere vormen van populaire cultuur zo’n mooi object van historisch onderzoek. Ze weerspiegelen de hoop en de angsten van culturen, geven inzicht in historische mentaliteiten en zijn bovenal altijd zo prachtig tijdgebonden. Comics geven kortom veel prijs over de sociaal-culturele en politieke context waarbinnen ze verschijnen. Het is niet voor niets dat veel superhelden-verhalen verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog. Juist van superhelden-comics valt daarom veel te leren over de wetenschappelijke preoccupaties van de tijd waarin ze verschijnen. Peter Parker die in de jaren zestig veranderde in Spiderman vanwege een beet door een radioactief bestraalde spin. Bruce Banner muteerde in hetzelfde decennium tot de Hulk na een ongelukje met de gamma-kernbom die hij zelf ontwikkelde. Ze passen prachtig in de Koude Oorlog-angst voor kernrampen. De X-Men stammen ook uit de jaren zestig, maar hebben – voor zover mijn kennis reikt – niets met kernwapens van doen. Wel veel met racisme, discriminatie en uitsluiting (en een aantal expliciete verwijzingen naar de Holocaust). De mutaties van de, eh, mutants komen volgens mij gewoon voort uit genetische variaties.

Lees verder

Genetisch denken in de populaire cultuur

Eerder schreef ik hier over het kijken naar grappen als ingang tot een historische cultuur, tot een vroegere mentaliteit. Grappen hebben een bepaalde betekenis. Erachter komen wat die betekenis is, is iets ontdekken van de normen en waarden van een cultuurgemeenschap. De in Nederland tot een cliché verworden Belgenmoppen zeggen iets over de houding van Nederlanders ten opzichte van hun zuiderburen (die moet lijken op de Duitse houding ten opzichte van Nederlanders, als je bedenkt wat voor grappen over ons daar de ronde doen). Voor een historicus-antropoloog zit in grappen dus dezelfde soort informatie besloten als in rituelen en symbolen. Over tweehonderd jaar kunnen historici aan de hand van onze Sinterklaasviering inzicht krijgen in onze leefwereld, al ging het maar om de waarden die we er onze kinderen mee opdringen (“wie zoet is krijgt lekkers…”).

Aan het begin van de twintigste eeuw deed kwam de genetica als wetenschap op, de biologische wetenschap van overerving. Deze drong langzaam ook door in het publieke debat. Kenmerkend voor het denken over overerving tot aan de Tweede Wereldoorlog was de enorme brij van theorieën over welke eigenschappen overerfbaar waren en hóe deze erfelijke overdraagbaarheid in zijn werk ging. De theorieën van Lamarck en Mendel domineerden, maar werden vaak door elkaar gebruikt. Overerving werd bovendien geregeld bij sociale vraagstukken betrokken. Alcoholisme werd onder meer bestreden met het argument dat anders generaties van alcoholisten zouden opgroeien, met algehele degeneratie tot gevolg.

Lees verder