Latere daders in Das weisse Band

Fragment uit Das weisse BandDuitsland, 1913. Een veelzeggend land in een veelzeggend jaar. Het is de vooravond van de oorlog waarin Europa, zoals dat heet, zijn onschuld verloor. Vanaf die Eerste is zeker voor het verslagen Duitsland een rechte lijn te trekken naar de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. De verliezers van 1914-1918 die twintig jaar later wraak namen op hun overwinnaars. Maar dat is niet het verhaal dat regisseur Michael Haneke met Das Weisse Band wil vertellen. Onschuldig is bij Haneke zelden iemand – dus ook niet de vooroorlogse Noord-Duitse dorpsgemeenschap die in deze film centraal staat. Daarover laat hij geen misverstand bestaan. De film opent niet voor niets met een ‘aanslag’ op de dorpsarts.

Dat voorval is de steen in de vijver die de jonge onderwijzer – door wiens ogen we het verhaal volgen – in het dorp waarneemt. De zo rustige, door tradities en de seizoenen geleide boerengemeenschap wordt vervolgens opgeschrikt door een reeks incidenten. De graanschuur vat vlam, verschillende kinderen worden mishandeld. Wie zit achter de gewelddadigheden, en waarom? Het antwoord moet ergens liggen in de complexe en niet altijd even frisse verhoudingen tussen de dorpsbewoners en gezinsleden onderling – zoveel verraden de beelden wel. In zijn fragmentarische, maar uiterst scherp observerende stijl toont Haneke de normen en regels waarop de kleine, streng protestantse gemeenschap rust: het plichtsbesef, de hiërarchie, de tucht en de discipline. Doorgaan met het lezen van “Latere daders in Das weisse Band”

Advertenties

Superhelden en het debat rond human enhancement

spiderman_dnaComics vormen net als andere vormen van populaire cultuur zo’n mooi object van historisch onderzoek. Ze weerspiegelen de hoop en de angsten van culturen, geven inzicht in historische mentaliteiten en zijn bovenal altijd zo prachtig tijdgebonden. Comics geven kortom veel prijs over de sociaal-culturele en politieke context waarbinnen ze verschijnen. Het is niet voor niets dat veel superhelden-verhalen verwijzen naar de Tweede Wereldoorlog of de Koude Oorlog. Juist van superhelden-comics valt daarom veel te leren over de wetenschappelijke preoccupaties van de tijd waarin ze verschijnen. Peter Parker die in de jaren zestig veranderde in Spiderman vanwege een beet door een radioactief bestraalde spin. Bruce Banner muteerde in hetzelfde decennium tot de Hulk na een ongelukje met de gamma-kernbom die hij zelf ontwikkelde. Ze passen prachtig in de Koude Oorlog-angst voor kernrampen. De X-Men stammen ook uit de jaren zestig, maar hebben – voor zover mijn kennis reikt – niets met kernwapens van doen. Wel veel met racisme, discriminatie en uitsluiting (en een aantal expliciete verwijzingen naar de Holocaust). De mutaties van de, eh, mutants komen volgens mij gewoon voort uit genetische variaties.

Doorgaan met het lezen van “Superhelden en het debat rond human enhancement”

Genetisch denken in de populaire cultuur

Eerder schreef ik hier over het kijken naar grappen als ingang tot een historische cultuur, tot een vroegere mentaliteit. Grappen hebben een bepaalde betekenis. Erachter komen wat die betekenis is, is iets ontdekken van de normen en waarden van een cultuurgemeenschap. De in Nederland tot een cliché verworden Belgenmoppen zeggen iets over de houding van Nederlanders ten opzichte van hun zuiderburen (die moet lijken op de Duitse houding ten opzichte van Nederlanders, als je bedenkt wat voor grappen over ons daar de ronde doen). Voor een historicus-antropoloog zit in grappen dus dezelfde soort informatie besloten als in rituelen en symbolen. Over tweehonderd jaar kunnen historici aan de hand van onze Sinterklaasviering inzicht krijgen in onze leefwereld, al ging het maar om de waarden die we er onze kinderen mee opdringen (“wie zoet is krijgt lekkers…”).

Aan het begin van de twintigste eeuw deed kwam de genetica als wetenschap op, de biologische wetenschap van overerving. Deze drong langzaam ook door in het publieke debat. Kenmerkend voor het denken over overerving tot aan de Tweede Wereldoorlog was de enorme brij van theorieën over welke eigenschappen overerfbaar waren en hóe deze erfelijke overdraagbaarheid in zijn werk ging. De theorieën van Lamarck en Mendel domineerden, maar werden vaak door elkaar gebruikt. Overerving werd bovendien geregeld bij sociale vraagstukken betrokken. Alcoholisme werd onder meer bestreden met het argument dat anders generaties van alcoholisten zouden opgroeien, met algehele degeneratie tot gevolg.

Doorgaan met het lezen van “Genetisch denken in de populaire cultuur”

Grappen in de geschiedenis

Grappen in de geschiedenis

Grappen in de geschiedenis
…anthropologists have found that the best points of entry in an attempt to penetrate an alien culture can be those where it seems to be the most opaque. When you realize that you are not getting something – a joke, a proverb, a ceremony – that is particularly meaningful to the natives, you can see where to grasp a foreign system of meaning in order to unravel it.

De culturele geschiedschrijving die in de jaren zeventig en tachtig op hernieuwde interesse mocht rekenen, was sterk beïnvloed door de antropologie. Dat laat dit citaat van Robert Darnton (The Great Cat Massacre and Other Episodes in French Cultural History, p. 78) wel zien. Antropologen proberen onbekende culturen te doorgronden via hun specifieke uitingen, die vaak symbolisch van aard zijn. Ceremoniën, maar ook taaluitingen als gezegdes en uitdrukkingen. In Nederland antwoord je standaard ‘goed’ op de vraag hoe het met je gaat. In Rusland geef je een veel neutraler antwoord (‘normaal’) en ook in Duitsland is het gebruikelijker om ‘gaat wel’ of ‘je mag niet klagen he’ te antwoorden. Dat zegt iets over de culturen. Wat? Dat is voer voor antropologen en – als het om historische culturen gaat – culturele historici.

Doorgaan met het lezen van “Grappen in de geschiedenis”

Lessen uit het verleden?

Vroegere gebouw van het Max-Planck-Institut für Physik in Berlijn-DahlemWat betekent dat, lessen trekken uit het verleden? Leren van het verleden? Dus: zien en begrijpen wat er mis is gegaan en niet weer aan dezelfde steen stoten? Dan klinkt het haast alsof een blik naar het verleden tegelijk een kijk is op de toekomst. Je herkent bepaalde bewegingen, ontwikkelingen, gebeurtenissen en kan aan de hand daarvan voorspellen hoe het verder gaat. In hoeverre wijkt de Arabische Lente af van de Oost-Europese revoluties van 1989 en wat vertelt ons dat over het verdere verloop?

Wie in de longue durée-bewegingen van de geschiedenis op deze wijze duidelijke patronen herkent, begeeft zich volgens vakhistorici op het gebied van de metageschiedenis of speculatieve geschiedfilosofie. Dit is het domein van Hegel en Marx, die de geschiedenis zagen voortgedreven door een motor (de Geist, de klassenstrijd), die de wereldmaatschappij langs (dialectische) cycli stuurde op weg naar een eindpunt (de heilstaat). Andere denkers die dit soort theorieën hebben opgeworpen zijn Toynbee, Spengler (Die Untergang des Abendlandes – waarin het cyclusmotief al doorklinkt) of, over eindpunt gesproken, Fukuyama (The End of History and the Last Man). Zij trekken alle lessen uit het verleden, en niet de minste ook. Historici zijn hier doorgaans wars van, omdat deze motor, cycli en eindpunt een plan suggereren dat buiten de verloop van het verleden zelf staat (vandaar dat meta).

Doorgaan met het lezen van “Lessen uit het verleden?”

De zwarte man is… zwart

Journalist Chris Buur van de Volkskrant schreef een artikel over de Frans film Intouchables, waarin hij overtuigend betoogt waarom het Amerikaanse debat over zwarte stereotypen verder is gevorderd dan het Europese. Zijn argumentatie is sterk, omdat hij zich in het merendeel van het artikel verplaatst in de lezer (en kijker) die niks kan met beschuldigingen van racisme en karikaturisering. Die Intouchables gewoon een ontroerende en grappige film vond met toevallig een arme zwarte hulp van een rijke blanke man. Zulke mensen zijn moeilijk te overtuigen van de stereotype lading waarmee gekleurde mensen en andere minderheden in het Westen doorgaans worden afgebeeld. Maar Buur doet zijn best door de zwart-witte clichés in de film in een breder kader te plaatsen:

De zwartemannenclichés kwamen daarnaast niet alleen uit ten treure in eerdere films, boeken en series voor, ze zijn op sommige gebieden nog heerlijk alive and kicking. Zeker in media-uitingen die niet door enig moreel (of moralistisch, zo je wil) beleid worden gestuurd. Neem de reclame. In de door marktwensen en makersfantasiëen gestuurde tv-commercials komen, check het zelf, zwarte mannen maar in een paar categorieën voor: seksueel losbandig (de DubbelFrissreclame van een aantal jaar her), als opleukmateriaal of bewijs van de diversiteit van een groepje vrienden of collega’s (Amstel), als erotische fantasie (John Williams voor Mona, niet lang geleden, of de geestige Old Spice-reclame), geassocieerd met extreem relaxed gedrag (Malibu, het Arubaans verkeersbureau); of met het een of ander tropisch product als, ehm, ja echt hoor, chocola (Mona’s John Williams weer).

Doorgaan met het lezen van “De zwarte man is… zwart”

Maus in Duitsland

© Museum Ludwig Köln / Art Spiegelman‘Eindelijk onderdeel van de hoge cultuur’ kopte de Tageszeitung naar aanleiding van de uitreiking van de Siegfried-Unseld-Preis aan Art Spiegelman, afgelopen zondag. De Amerikaanse cartoonist moest inderdaad lang vechten om erkenning, zeker na zijn poging de Holocaust in Maus in stripvorm te verbeelden. Tegenwoordig wordt hij bejubeld. Museum Ludwig in Keulen eert hem met een retrospectief.

Mag dat wel, een strip over de Holocaust? Met Duitsers als katten en de joden als muizen? Het gedoe rond de Duitse vertaling van het in 1986 in de Verenigde Staten verschenen Maus spreekt boekdelen. Duitsland had aanvankelijk grote moeite met het werk dat Spiegelman zo beroemd maakte. (In zijn in 2011 verschenen MetaMaus legt Spiegelman zijn keuze voor muizen uit; zie ook dit filmpje op Youtube.)

De Duitse vertaling verscheen uiteindelijk in 1989. Maar ook toen weer leidde de stripvorm en de vraag hoe serieus je die kon nemen tot “verwarring en verontwaardiging” in de feuilletons, zoals historica Christine Gundermann schrijft op het wetenschappelijke online geschiedenisforum HSK.

Doorgaan met het lezen van “Maus in Duitsland”