De (de)constructie van HhhH

Duits grafembleem uit privémuseum Hooge Crater
Duits grafembleem uit privémuseum Hooge Crater

Operatie Anthropoid moest het boek eigenlijk heten. ‘[Ik heb] nooit aan een andere titel gedacht’, schrijft Laurent Binet in en over het boek waarmee hij in 2010 de belangrijkste Franse literatuurprijs won. Als er toch een andere titel op de kaft is verschenen, voegt hij toe, komt dat omdat de uitgever hem heeft overgehaald. Slimme uitgever. Hij had beter door wat de kern van Binets boek uitmaakt dan de auteur zelf.

Daarom titelt het boek nu HhhH, naar de van oorsprong Duitse uitdrukking ‘Himmlers hersens heten Heydrich’, die de verhoudingen moest aangeven tussen de baas van de SS en een van zijn belangrijkste ondergeschikten. Over Reinhard Heydrich gaat het boek. Of eigenlijk ook weer niet. Zo schrijft Binet:

Waar kun je uit afleiden dat een personage de hoofdpersoon is van een verhaal? Aan het aantal bladzijden dat aan hem is gewijd? Zo simpel ligt het hopelijk niet. Als ik praat over het boek dat ik aan het schrijven ben, zeg ik: ‘Mijn boek over Heydrich.’ Toch is het niet de bedoeling dat Heydrich de hoofdpersoon van dit verhaal is.

Een boek dat de gedachtegang van de auteur bij het schrijven ervan onderdeel van het verhaal maakt. Wat Binet doet is het geschiedverhaal deconstrueren. Je bent Fransman of je bent het niet. HhhH is geen verhaal over de moordaanslag van een groep Tsjechoslowaakse verzetsstrijders tegen de Reichsprotektor van Tsjechië, het is de neerslag van het wordingsproces van dat verhaal. Doordat Binet zijn keuzes verantwoordt, zijn twijfels hardop uitspreekt en doordat hij reflecteert op wat het inhoudt om een historisch verhaal te schrijven. Dit is geen roman, schrijft Binet, dit is de neergeschreven zoektocht – inclusief alle moeilijkheden die zich daarbij voordoen – naar de historische werkelijkheid:

Lees verder

Advertenties

Lessen uit het verleden?

Vroegere gebouw van het Max-Planck-Institut für Physik in Berlijn-DahlemWat betekent dat, lessen trekken uit het verleden? Leren van het verleden? Dus: zien en begrijpen wat er mis is gegaan en niet weer aan dezelfde steen stoten? Dan klinkt het haast alsof een blik naar het verleden tegelijk een kijk is op de toekomst. Je herkent bepaalde bewegingen, ontwikkelingen, gebeurtenissen en kan aan de hand daarvan voorspellen hoe het verder gaat. In hoeverre wijkt de Arabische Lente af van de Oost-Europese revoluties van 1989 en wat vertelt ons dat over het verdere verloop?

Wie in de longue durée-bewegingen van de geschiedenis op deze wijze duidelijke patronen herkent, begeeft zich volgens vakhistorici op het gebied van de metageschiedenis of speculatieve geschiedfilosofie. Dit is het domein van Hegel en Marx, die de geschiedenis zagen voortgedreven door een motor (de Geist, de klassenstrijd), die de wereldmaatschappij langs (dialectische) cycli stuurde op weg naar een eindpunt (de heilstaat). Andere denkers die dit soort theorieën hebben opgeworpen zijn Toynbee, Spengler (Die Untergang des Abendlandes – waarin het cyclusmotief al doorklinkt) of, over eindpunt gesproken, Fukuyama (The End of History and the Last Man). Zij trekken alle lessen uit het verleden, en niet de minste ook. Historici zijn hier doorgaans wars van, omdat deze motor, cycli en eindpunt een plan suggereren dat buiten de verloop van het verleden zelf staat (vandaar dat meta).

Lees verder

De zwarte man is… zwart

Journalist Chris Buur van de Volkskrant schreef een artikel over de Frans film Intouchables, waarin hij overtuigend betoogt waarom het Amerikaanse debat over zwarte stereotypen verder is gevorderd dan het Europese. Zijn argumentatie is sterk, omdat hij zich in het merendeel van het artikel verplaatst in de lezer (en kijker) die niks kan met beschuldigingen van racisme en karikaturisering. Die Intouchables gewoon een ontroerende en grappige film vond met toevallig een arme zwarte hulp van een rijke blanke man. Zulke mensen zijn moeilijk te overtuigen van de stereotype lading waarmee gekleurde mensen en andere minderheden in het Westen doorgaans worden afgebeeld. Maar Buur doet zijn best door de zwart-witte clichés in de film in een breder kader te plaatsen:

De zwartemannenclichés kwamen daarnaast niet alleen uit ten treure in eerdere films, boeken en series voor, ze zijn op sommige gebieden nog heerlijk alive and kicking. Zeker in media-uitingen die niet door enig moreel (of moralistisch, zo je wil) beleid worden gestuurd. Neem de reclame. In de door marktwensen en makersfantasiëen gestuurde tv-commercials komen, check het zelf, zwarte mannen maar in een paar categorieën voor: seksueel losbandig (de DubbelFrissreclame van een aantal jaar her), als opleukmateriaal of bewijs van de diversiteit van een groepje vrienden of collega’s (Amstel), als erotische fantasie (John Williams voor Mona, niet lang geleden, of de geestige Old Spice-reclame), geassocieerd met extreem relaxed gedrag (Malibu, het Arubaans verkeersbureau); of met het een of ander tropisch product als, ehm, ja echt hoor, chocola (Mona’s John Williams weer).

Lees verder

Sloterdijks notities


Het uitgegeven van de aantekeningen die je onwillekeurig in je notitieboekje noteert, getuigt ongetwijfeld van ijdelheid. Maar in het geval van de gebundelde notities die Peter Sloterdijk als Zeilen und Tage liet publiceren, vormen ze ook een schat aan inzichten. Dankzij zijn vaak zo associatieve en originele denkkronkels. Maar evenzo dankzij hetgeen hij over zijn werkwijze en zijn persoon loslaat. Het boek beslaat de periode tussen 2008 en 2010, waarin hij het veelgeprezen boek Du muβt dein Leiben ändern. Über Anthropotechnik publiceerde en nog een paar kleinere (dunnere) geschriften. Wanneer hij aan dat boek werkt blijft een raadsel, want hij lijkt constant op reis (over Amsterdam: ‘Sogar an wärmeren Tagen erlischt das Straβenleben hier früh.’). Overal geeft hij lezingen en draaft hij plichtmatig, danwel geamuseerd op voor podiumdiscussies. Of eerst geamuseerd en daarna alleen nog maar afgepeigerd, zoals tijdens een aan Sloterdijks denken zelf gewijd symposium in Warwick:

Wenn ich geglaubt hatte, dies würde für mich eine eher angenehme Übung in passiver Beiwohnung bei einem akademischen Ritual, sollte sich bald zeigen, daβ das Gegenteil der Fall war. Das Ganze lief für mich darauf hinaus, ein doppeltes Pensum im Laufschritt bergauf zu schleppen, die Arbeit des genauen Zuhörens, schwierig genug, und die des Antworten auf alle Präsentationen, den ganzen Tag lang, bis mir die englischen Sätze im Mund zerfielen.

Lees verder