Karl-Rudolf Korte


(18 oktober 2007) De grote volkspartijen in Duitsland zijn onrustig. De traditionele politieke orde verdwijnt, de kiezers lijken op drift. Waar gaat het heen? Politicoloog en tv-commentator Karl-Rudolf Korte analyseert de toestand van de Duitse politiek.

In Nederland zou het ‘gedraai’ worden genoemd, het voorstel van SPD-voorzitter Kurt Beck om ouderen langer werkloosheidsuitkering te geven. Het mag sympathiek klinken, maar Becks voorstel vormt een radicale breuk met het hervormingsbeleid van oud-bondskanselier Gerhard Schröder. Met veel pijn en moeite had die onder de noemer Hartz IV een pakket versoberingsmaatregelen van het sociale stelsel weten door te voeren. Dat riep zoveel weerstand op dat Schröders kabinet er in 2005 door ten val kwam. Dat offer blijkt voor Beck desondanks geen reden de gewraakte hervormingen niet terug te draaien.

Dat is wel begrijpelijk, vindt Karl-Rudolf Korte, politicoloog aan de universiteit van Duisburg-Essen en vaste commentator bij de Duitse staatszender ZDF. De sociaaldemocratische SPD, samen met de christendemocratische CDU/CSU de traditionele grote volkspartijen van Duitsland, heeft er met Die Linke een onverwachte concurrent bij. De partij is dit voorjaar officieel geboren uit een verbond van de Oost-Duitse PDS en de WASG, die club van uit onvrede over Schröders beleid voor zichzelf begonnen voormalig SPD’ers.

Beetje bij beetje snoept Die Linke sindsdien stemmen af van de SPD. Tot grote nervositeit, zoals Korte uitlegt, van de sociaaldemocraten.“De SPD heeft geprobeerd het sociale stelsel te moderniseren en voelt nu de druk van Die Linke. De SPD wordt nu gedwongen na te denken of Schröders hervormingsagenda – Agenda 2010 – wel echt de juiste weg was. Voor het eerst is daarmee tenslotte een ‘Wende zum Weniger’, de uitkleding van het sociale stelsel, tot het speerpunt van beleid gemaakt. Die Linke treedt op als advocaat van de kleine lieden die zich onrechtvaardig behandeld voelen.”

Korte, die onlangs in Amsterdam medeorganisator was van een conferentie over het verdwijnen van het politieke middenveld, zegt het in principe een goede zaak te vinden dat nieuwe partijen opstaan “die de gevoelens van onrechtvaardigheid vanuit de bevolking vertolken. De andere partijen worden zo gedwongen scherper te formuleren waarom hun beleid tóch rechtvaardig is. Negatief vind ik dat Die Linke drijft op maatschappelijke verontwaardiging. Ze was de enige partij die tegen Harz IV was en Agenda 2010 was. Alle andere partijen waren vóór. Harz is voor veel mensen synoniem geworden aan de angst voor maatschappelijke achteruitgang. Die Linke leunt op die angst.”

Ondanks de binnenlandse politieke omstandigheden die leidden tot de opkomst van de linkse partij, is het verschijnsel niet typisch Duits. Korte: “Overal in Europa staan partijen voor de uitdaging sociale stelsels te hervormen en bijna overal heeft dat geleid tot de afscheiding van sociaalconservatieve, linkspopulistische partijen. Vaak zijn dat één-themapartijen, voor wie het er helemaal niet om gaat het algemene belang te vertegenwoordigen, maar die net als Die Linke hun specifieke stokpaardjes hebben.”

De gevolgen voor de politieke praktijk zijn groot. In de Bondsrepubliek wordt sinds haar ontstaan de dienst uitgemaakt door de beide grote volkspartijen. Zij vertegenwoordigen het politieke ‘midden’, de SPD vanuit haar wat linksere sociaaldemocratische achtergrond, de CDU/CSU vanuit haar wat conservatievere christendemocratische beginselen. Al of niet in een coalitie met één van beide kleine partijen – de liberale FDP op rechts of de groene Bündnis 90/Die Grünen op links – hebben zij elkaar jarenlang in de bondsregering afgewisseld.

Het politieke gebruik schrijft dan ook niet voor dat SPD en CDU/CSU samen een regeringscoalitie vormen. Het is mede een gevolg van de goede verkiezingsresultaten van Die Linke dat dit toch sinds twee jaar het geval is. Een normale tweepartijencoalitie – de zusterpartijen CDU en CSU even samengeteld – was daardoor niet mogelijk. De keuze ging tussen een coalitie van minstens drie partijen of een ‘grote coalitie’. Voor de eerste bleek de Duitse politiek uiteindelijk nog huiveriger dan voor de tweede.

Korte: “We hebben in Duitsland nu eenmaal geen ervaring met coalities en parlementen die uit veel verschillende partijen bestaan. We krijgen te maken met hele nieuwe processen.” ‘We’, dat zijn aan de ene kant de kiezers. “Er zullen steeds minder mensen gaan stemmen als ze niet weten wat er met hun stem gebeurt, welke regering ermee wordt gevormd.” Aan de andere kant zijn het de partijen. “Die oriënteren zich natuurlijk aan de markt, aan de kiezers. Ze krijgen het steeds moeilijker om de kiezers aantrekkelijke aanbiedingen te doen, omdat er steeds meer zwevende kiezers zijn. De kiezers richten zich steeds meer op hun eigen voordeel. Dat is voor de partijen een groot probleem.”

Het zijn kwesties die Nederlanders bekend in de oren klinken, waar de gevestigde partijen al langer hun vaste achterban kwijt lijken. Korte denkt dat Duitsland in politiek opzicht inderdaad steeds meer zal gaan lijken op landen als Nederland. “Ik denk dat Duitsland al met al steeds ‘Europeser’ wordt. Dat betekent dat de regeringsonderhandelingen ook bij ons maandenlang kunnen gaan duren, dat we met minderheidsregeringen te maken kunnen krijgen of met coalities van vier of vijf verschillende partijen.”

Zolang het kan, zal de Bondsrepubliek deze ontwikkelingen volgens Korte echter proberen tegen te houden door middel van grote coalities. Hij gelooft dan ook dat de huidige constellatie na de volgende landelijke verkiezingen gewoon wordt voortgezet. Met de huidige peilingen in het achterhoofd, “bestaat er daarvoor puur mathematisch geen alternatief”. Dat neemt niet weg dat Korte het als een slechte ontwikkeling voor de democratie beschouwt.

De SPD en CDU/CSU in één regering wordt immers gezien als absolute noodoplossing, omdat het uitgesproken linkse en rechtse partijen in de kaart speelt. Wie wil laten zien dat hij het oneens is met de partijen in het midden, stemt op een partij aan één van de randen. Daarmee wordt het verdwijnen van het middenveld alleen maar versterkt. Dat is het ongemakkelijke perspectief dat Duitsland volgens Korte te wachten staat: “Uiteindelijk zullen de machtsverhoudingen in de Bondsrepubliek nieuw worden verdeeld. De kwaliteit van de democratie zal veranderen.”

Advertenties