De (de)constructie van HhhH

Duits grafembleem uit privémuseum Hooge Crater
Duits grafembleem uit privémuseum Hooge Crater

Operatie Anthropoid moest het boek eigenlijk heten. ‘[Ik heb] nooit aan een andere titel gedacht’, schrijft Laurent Binet in en over het boek waarmee hij in 2010 de belangrijkste Franse literatuurprijs won. Als er toch een andere titel op de kaft is verschenen, voegt hij toe, komt dat omdat de uitgever hem heeft overgehaald. Slimme uitgever. Hij had beter door wat de kern van Binets boek uitmaakt dan de auteur zelf.

Daarom titelt het boek nu HhhH, naar de van oorsprong Duitse uitdrukking ‘Himmlers hersens heten Heydrich’, die de verhoudingen moest aangeven tussen de baas van de SS en een van zijn belangrijkste ondergeschikten. Over Reinhard Heydrich gaat het boek. Of eigenlijk ook weer niet. Zo schrijft Binet:

Waar kun je uit afleiden dat een personage de hoofdpersoon is van een verhaal? Aan het aantal bladzijden dat aan hem is gewijd? Zo simpel ligt het hopelijk niet. Als ik praat over het boek dat ik aan het schrijven ben, zeg ik: ‘Mijn boek over Heydrich.’ Toch is het niet de bedoeling dat Heydrich de hoofdpersoon van dit verhaal is.

Een boek dat de gedachtegang van de auteur bij het schrijven ervan onderdeel van het verhaal maakt. Wat Binet doet is het geschiedverhaal deconstrueren. Je bent Fransman of je bent het niet. HhhH is geen verhaal over de moordaanslag van een groep Tsjechoslowaakse verzetsstrijders tegen de Reichsprotektor van Tsjechië, het is de neerslag van het wordingsproces van dat verhaal. Doordat Binet zijn keuzes verantwoordt, zijn twijfels hardop uitspreekt en doordat hij reflecteert op wat het inhoudt om een historisch verhaal te schrijven. Dit is geen roman, schrijft Binet, dit is de neergeschreven zoektocht – inclusief alle moeilijkheden die zich daarbij voordoen – naar de historische werkelijkheid:

Lees verder

Advertenties

De zwarte man is… zwart

Journalist Chris Buur van de Volkskrant schreef een artikel over de Frans film Intouchables, waarin hij overtuigend betoogt waarom het Amerikaanse debat over zwarte stereotypen verder is gevorderd dan het Europese. Zijn argumentatie is sterk, omdat hij zich in het merendeel van het artikel verplaatst in de lezer (en kijker) die niks kan met beschuldigingen van racisme en karikaturisering. Die Intouchables gewoon een ontroerende en grappige film vond met toevallig een arme zwarte hulp van een rijke blanke man. Zulke mensen zijn moeilijk te overtuigen van de stereotype lading waarmee gekleurde mensen en andere minderheden in het Westen doorgaans worden afgebeeld. Maar Buur doet zijn best door de zwart-witte clichés in de film in een breder kader te plaatsen:

De zwartemannenclichés kwamen daarnaast niet alleen uit ten treure in eerdere films, boeken en series voor, ze zijn op sommige gebieden nog heerlijk alive and kicking. Zeker in media-uitingen die niet door enig moreel (of moralistisch, zo je wil) beleid worden gestuurd. Neem de reclame. In de door marktwensen en makersfantasiëen gestuurde tv-commercials komen, check het zelf, zwarte mannen maar in een paar categorieën voor: seksueel losbandig (de DubbelFrissreclame van een aantal jaar her), als opleukmateriaal of bewijs van de diversiteit van een groepje vrienden of collega’s (Amstel), als erotische fantasie (John Williams voor Mona, niet lang geleden, of de geestige Old Spice-reclame), geassocieerd met extreem relaxed gedrag (Malibu, het Arubaans verkeersbureau); of met het een of ander tropisch product als, ehm, ja echt hoor, chocola (Mona’s John Williams weer).

Lees verder