Moderniteit en het Holocaust monument

Victor Klemperer, hoogleraar Romanistiek in Dresden, schrijft op 27 september 1944: “Mijn dagboeken en aantekeningen! Elke keer denk ik weer bij mezelf hoe ze niet alleen mij m’n leven zullen kosten als ze worden ontdekt, maar ook dat van Eva en van anderen, die ik met naam heb genoemd, moest noemen, als ik documentaire waarde wilde bereiken. Ben ik daartoe gerechtigd, misschien zelfs verplicht, of is het misdadige ijdelheid?”

Dankzij de dagboeken die de joodse professor vanaf de opkomst van het nationaal-socialisme bijhield, hebben we een beeld gekregen van wat hem tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Klemperers aantekenen illustreren nauwgezet hoe de aanvankelijk subtiele pesterijen en uitsluitingsmechanismen ten aanzien van de joodse bevolking van Duitsland stapsgewijs uitmondden in de vernietigingspolitiek van de concentratiekampen. Het begon met moeilijkheden op Klemperers universiteit in Dresden, waar de studenten wegbleven van zijn colleges, en met haat flauwe treiterijen en verboden. Dan volgt ontslag, gedwongen verhuizing naar een ‘jodenhuis’ en het verbod op het verlaten van de stad. Meer verhuizingen en verboden volgen, totdat Klemperer zijn kamer nauwelijks meer durft te verlaten en zijn niet-joodse vrouw Eva de straat op moet sturen voor een zak aardappelen. Klemperer en zijn vrouw overleefden de oorlog, maar het aantal joden uit Dresden met hem was letterlijk op de vingers van één hand te tellen.

Lees verder

Advertenties