Lessen uit het verleden?

Vroegere gebouw van het Max-Planck-Institut für Physik in Berlijn-DahlemWat betekent dat, lessen trekken uit het verleden? Leren van het verleden? Dus: zien en begrijpen wat er mis is gegaan en niet weer aan dezelfde steen stoten? Dan klinkt het haast alsof een blik naar het verleden tegelijk een kijk is op de toekomst. Je herkent bepaalde bewegingen, ontwikkelingen, gebeurtenissen en kan aan de hand daarvan voorspellen hoe het verder gaat. In hoeverre wijkt de Arabische Lente af van de Oost-Europese revoluties van 1989 en wat vertelt ons dat over het verdere verloop?

Wie in de longue durée-bewegingen van de geschiedenis op deze wijze duidelijke patronen herkent, begeeft zich volgens vakhistorici op het gebied van de metageschiedenis of speculatieve geschiedfilosofie. Dit is het domein van Hegel en Marx, die de geschiedenis zagen voortgedreven door een motor (de Geist, de klassenstrijd), die de wereldmaatschappij langs (dialectische) cycli stuurde op weg naar een eindpunt (de heilstaat). Andere denkers die dit soort theorieën hebben opgeworpen zijn Toynbee, Spengler (Die Untergang des Abendlandes – waarin het cyclusmotief al doorklinkt) of, over eindpunt gesproken, Fukuyama (The End of History and the Last Man). Zij trekken alle lessen uit het verleden, en niet de minste ook. Historici zijn hier doorgaans wars van, omdat deze motor, cycli en eindpunt een plan suggereren dat buiten de verloop van het verleden zelf staat (vandaar dat meta).

Doorgaan met het lezen van “Lessen uit het verleden?”