Podcasts als publieksgeschiedenis

“Er zijn geen getuigen meer,” horen we een vriendelijke vrouwenstem aan het begin van aflevering twee van de podcast Bob hardop peinzen. “Dus waar moeten we beginnen? Wie moeten we bellen? Wat moet je googelen om een verhaal uit 1947 te verifiëren?” Mijn eerste gedachte is: Dit is niet door historici gemaakt. Die zouden het wel weten. Maar ook: die zouden dit soort vragen nooit hardop stellen. Niet als mensen meeluisteren. Iedere historicus herkent de vraag “waar moet ik in godsnaam beginnen?”, maar stelt haar bij voorkeur stilzwijgend. Eenzaam achter het bureau. Met de deur dicht. En die gaat pas weer open als het antwoord erop een vloeiend narratief heeft opgeleverd waarin de auteur zich de toon kan aanmeten van laat-mij-maar-even-vertellen-hoe-het-echt-zit.

Het klopt overigens dat dit geen historici zijn. De prijswinnende podcast over de zoektocht naar een onbekende jeugdliefde (de ‘Bob’ uit de titel) van een dementerende 84-jarige Vlaamse mevrouw is gemaakt door drie radiomaaksters verbonden in Audiocollectief Schik. Maar hun naïviteit is gespeeld. Dit zijn doorgewinterde journalistes die echt wel weten wat ze doen. Hun vragende toon is een retorische truc die de luisteraar uitnodigt actief mee te denken. Met zulke retoriek zijn veel historici volledig onbekend, evenals met het mobiliseren van hun publiek. Ook daarom is het duidelijk dat dit geen historici zijn.

Misschien zouden historici van hun kant eens wat vaker voor podcastmaker moeten spelen. Er schuilt zoveel waardevols in geschiedenis in de vorm van podcasts. Ik leg dat hieronder uit voor historici, voor geschiedenisstudenten in het bijzonder en ook voor geschiedenisconsumenten (dat ‘publiek’). Maar eerst: waar heb ik het over als ik het over podcasts heb? Ze zijn ‘op je favoriete podcast-app’ immers in alle geuren en smaken te vinden. Het type dat ik in mijn hoofd heb zijn de seriële podcasts die zich ontvouwen als een whodunnit. Dit levert een vorm op die makers dwingt na te denken hoe spanning te creëren en die luisteraars uitnodigt actief te luisteren, dan wel in actie te schieten. Het is niet voor niets dat true crime al tijden het populairste podcastgenre is. Er is geen cold case of hij wordt niet – met wisselend succes – gegoten in een epigoon van het zeer succesvolle eerste seizoen van Serial. Ook Bob valt min of meer binnen dit genre. Waarom zouden wij, die van cold cases ons werk hebben gemaakt, hier niet van leren?

De luisteraar meenemen

Voor historici die zich eens aan het maken van zo’n podcast willen wagen, is het interessante dat ze de kloof overbrugt tussen geschiedvorsing en geschiedschrijving. Ik vind dat een heel boeiend gegeven. Onderzoek doen is een grillig proces. Zelden levert je onderzoek het verhaal op dat je aanvankelijk dacht te gaan vertellen. En gedurende die zoektocht van vraag naar verhaal gaat een karrenvracht aan tijd en moeite zitten in zaken die je niet – al was het maar in een voetnoot – in publicaties kunt verwerken. Er schuilt waarde in de fysieke ervaring van (archief)onderzoek: de indrukken die je opdoet tijdens het doorbladeren van archiefstukken, de ingevingen die je krijgt van gesprekken met experts of Zeitzeugen, de toevalligheden die maken dat een weg doodloopt, of zich juist een nieuwe voor je opent. De geschiedverhalen die studenten geleerd worden te schrijven, bezitten vanuit hun aard een rechtlijnigheid (vraag – uitwerking – conclusie) die geen recht doet aan die ervaringen. Een seriële podcast kan dat wel.

Dat biedt voor de historicus zeker twee voordelen. Een deel van de populariteit van dit type podcast schuilt nu juist in de vermenging van zoektocht en uitkomsten. Joost de Vries benoemde dat in de Groene Amsterdammer in zijn stuk over het succes van true crime door de toon aan te spreken waarmee Sarah Koenig, de presentator van Serial,te werk ging: “nooit vanuit een hiërarchische positie, als alleswetende expert, maar als gewoon Sarah, een journaliste die iets niet begreep en de luisteraar meenam in haar onderzoek.” Het was precies die toon – zie voorbeeld hierboven – die toch zeker ten dele ook het succes van Bob verklaart (de podcast ging er in 2018 met de eerste Dutch Podcast Award vandoor). Voor een historicus op zoek naar een publiek lijkt me zulke aandacht altijd welkom.

De wereld achter het geschiedverhaal

Daarbij komt dat deze kom-laten-we-samen-op-onderzoek-uitgaan-toon het publiek aan de hand neemt bij wat historici eigenlijk doen als ze aan het werk zijn. In tijden van publieke druk op wetenschappelijk onderzoek en de daaruit voortvloeiende aandacht voor public engagement en open science is dat heel interessant om mee te experimenteren. Podcasts bieden ons historici een instrument om mensen duidelijk te maken dat we méér doen dan enkel driftig naar bronnen staren en mooie verhalen vertellen. Door de deur te openen naar de wereld áchter het geschiedverhaal kunnen we de wetenschappelijkheid van het historische bedrijf zichtbaar maken: van het historische handwerk – weten waar je bronnen vindt, de bronnenkritiek, maar ook het verdisconteren van bronnen die níet direct tot inzicht of antwoord leiden – tot de kennis van context die daarbij komt kijken.

Dit maakt podcasts in het bijzonder voor geschiedenisstudenten interessant. Onderzoek in deze vorm gieten vergt vaardigheden die vaak veel beter aansluiten op de werkelijkheid waarin we leven en waarin studenten een beroepsmatige toekomst zullen moeten vinden dan het schrijven van het zoveelste paper. Het is een open deur dat historici tegenwoordig alle aan ‘digitale geschiedenis’ doen omdat ze toch met computers werken. Maar net zo evident is dat computers voor de meeste historici niet meer dan heel dure typmachines zijn. Terwijl ieders mobiel als opnameapparaat, fototoestel, online archief, tekstverwerker en communicatiemiddel in één al zoveel méér kan. Oudere generaties historici moeten we maar als verloren beschouwen, maar het zou toch mooi zijn als geschiedenisstudenten daar gebruik van kunnen maken.

Bedenk: podcasts maken is niet eenvoudig. Er schuilt veel, vaak technisch werk in dat niet te onderschatten is. De tien studenten die in 2020 onder mijn leiding een serie podcasts over geschiedenis in Utrecht maakten onder de noemer DOMcast zijn hierin door schade en schande wijs geworden. Maar zij zullen beamen dat wie die moeite neemt vaardigheden opdoet die in elke academische opleiding en ook veel creatieve en journalistieke beroepen onmisbaar zijn: hoe de specifieke aard van de bronnen (audio, video, visueel, tekstueel) ten volle te benutten. Hoe het perspectief in te nemen van de luisteraar (of: lezer) in plaats van de maker. Hoe te spelen met spanningsbogen en retoriek, in media res en show, don’t tell.

Gedeelde autoriteit

De grootste uitdaging is om die narratieve vormen in te zetten in een oprechte poging om je publiek te engageren. Want een podcastserie in deze vorm is een heel spannend medium om de idealen van ‘gedeelde autoriteit’ die we van de publiekshistorische theorie kennen eens in de praktijk te brengen. Dat maakt deze vorm van podcasts niet alleen voor historici en geschiedenisstudenten interessant, maar ook voor het luisterende publiek. Voorwaarde is enkel dat je het publiek serieus neemt en die door De Vries benoemde toon méér laat zijn dan een doorzichtige truc om alsnog het verhaal te vertellen dat je van tevoren had bedacht (zoals een soms tenenkrommende Rob Trip doet in het recente Staakt staakt staakt!!!).

Koenig zelf liet in Serial zien hoe dat moet – hoeveel je kunt bereiken door je luisteraars al tijdens het onderzoek deelgenoot te maken van je twijfels, onzekerheden en doodlopende wegen. Het veranderde haar persoonlijke onderzoek in een collectieve zoektocht naar de vraag of het vriendje nu de dader was of niet. Het mooie is: als historici kunnen wij uit een oneindig veel dieper vaatje putten dan Koenig. Mensen hebben zóveel historische kennis, niet alleen in de hoedanigheid van alle heemkundige of genealogische verenigingen die Nederland rijk is, maar ook in de vorm van, letterlijk, ieders persoonlijke geschiedenissen. DOMcast liet al zien hoe graag mensen meedenken en -werken met historisch onderzoek. Zij dragen een schat aan informatie bij die niet te vinden is in officiële archieven. En zij brengen via hun persoonlijke getuigenissen de geschiedenis zoveel dichterbij dan geschreven anekdotes dat kunnen. Al die clichés van je grootouders over hoe het vroeger was, een leven zonder Netflix, mobiel, vaatwasser of auto, veranderen in podcasts in de onmisbare couleur locale van de alledaagse geschiedenis.

Seriële onderzoekspodcasts vragen er, kortom, om verder door historici te worden geëxploreerd. Dit academische jaar doen collega Gertjan Plets en ik dit zelf in het project Carbon Cultures, waarin we met behulp van studenten onze relatie met aardgas en andere fossiele brandstoffen als cultureel erfgoed in een podcast onderzoeken. Voor wie geïnteresseerd is geraakt: neem contact op! Maar bovenal: begin! Luister podcasts om de regels van de kunst te leren (begin bij Serial!) en zorg dat je altijd snel je opname-app op je mobiel weet te vinden.

Een ingekorte versie van dit stuk verschijnt in februari 2022 in Historisch Tijdschrift Aanzet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: